Wanneer mag je als organisatieadviseur helemaal los gaan met het bedenken van creatieve, flexibele organisatievormen? Nou, dat was het geval bij een pilot bij de Forensische Opsporing (FO).

Toen bij de Politie werd geopperd een aantal experimenten uit te voeren om tot een flexibele, passende organisatie-inrichting te komen, stak Cock Verweij (themamanager proces & inrichting bij FO) direct zijn hand op. Samen met forensisch adviseur Marieke Krom zijn zij de uitdaging aangegaan. Maar niet alleen. Ze hebben dit samen met Ilse Wortelboer van UBR|organisatie-inrichting (UBR|OI) gedaan.

Maar eerst terug naar het begin. Eind 2012 is de Nationale Politie ontstaan met tien geografische eenheden en de landelijke eenheid. Hierin opereren 13 forensische teams. Een van de uitgangspunten was dat een forse investering in informatievoorziening (IV) voldoende efficiency winst zou opleveren om het personeelsbestand van de FO met 15% te laten krimpen. Maar de wereld veranderde veel sneller dan verwacht. De investering in IV komt (nog) niet van de grond. En de maatschappelijke opgave van de (forensische) opsporing is veel omvangrijker dan voorzien.

Flexibel en snel

Tegenwoordig moet alles flexibeler en sneller. Bij forensische opsporing is het eerste uur na een misdaad op de plaats delict het ‘gouden uur’. Dan moet je de sporen veiligstellen. Ook is het steeds belangrijker om forensische sporen te analyseren op fenomenen om misdaden te voorkomen. Tactische en specialistische opsporing en intelligence werken steeds meer in een driehoek samen om snel en effectief misdaden op te lossen en te voorkomen. De maatschappelijke opgave die er ligt op opsporing is bepalend. Daarnaast is het forensische vak leidend, dat bestaat uit een diversiteit aan specialismen. Je kunt niet meer uitgaan van mensen die op een vaste plek met een vaste chef en een vast bureau de misdaad bestrijden. Vandaag kan dat betekenen dat je voor een fenomeen tien mensen nodig hebt, die je morgen voor iets anders nodig hebt. De organisatie moet dan zo gebouwd zijn dat je daar flexibel op kan inspelen. Dat staat nu haaks op de organisatie van de politie, die in een hiërarchische hark georganiseerd is en waar budgetten niet laag in de lijn liggen maar centraal bij de staf.

Om in de reorganisatie van 2012 en de jaren daarna dingen behapbaar te maken voor de Nationale Politie, zijn er bepaalde vuistregels gehanteerd. Zoals de vuistregel dat specialismen één of elf keer georganiseerd zijn. Of de landelijke eenheid organiseert het, of elke eenheid heeft het.

Voor FO is nu voorgesteld om een andere logica te gebruiken. Daarbij ga je uit van het robuust maar ook wendbaar organiseren in de eerste, tweede en derde lijn. Simpel gezegd: alles wat je dichtbij wilt hebben, moet je in de elf eenheden organiseren. Alles wat niet dichtbij georganiseerd hoeft te zijn, daar kan je eigenlijk nog van alles mee doen. Een paar concrete voorbeelden. Voor onderzoek naar verdovende middelen is het misschien handig om in Amsterdam, Brabant en bij de Rotterdamse haven een locatie te hebben waar FO bepaalde stoffen kan onderzoeken en identificeren. En biometrie – gelaatsherkenning – is nu gecentraliseerd bij de landelijke eenheid, maar is inmiddels zo ver uitontwikkeld dat het door een X aantal regio’s kan worden opgepakt. Dit bleek tijdens de ‘corona-avondklokrellen’.

Principes loslaten

Kortom, het principe 1 of 11 keer organiseren, moet worden losgelaten in elk geval voor FO. FO kent meer dan 25 vakspecialismen, die je ook niet op alle 11 de locaties in Nederland robuust kunt organiseren binnen de (te) beperkte middelen die FO heeft. De maatschappelijke opgave en het vak bepaalt wat er nodig is en niet de organisatiestructuur. Iedereen zit nog vast in het denken in de hokjes van de organisatiestructuur en wil proberen alles daarin te ‘proppen’. Nu zijn er ‘denkregels’ in plaats van hokjes. Dan blijf je in beweging. Maar als je altijd gewend bent om langs hiërarchische lijnen te werken en te denken dan is dit lastig omschakelen.

Om in beweging te blijven, heeft Ilse in haar organisatierapportage gelijk het gewenste plaatje neergezet. Dit is voor de Nationale Politie een grote stap met veel effect. Of de gehele rapportage van UBR|OI opgevolgd gaat worden, valt nog te bezien. Maar het heeft wel het besef gebracht dat het echt anders moet. En de kunst is nu om die beweging in te zetten en het nationaal gestarte ‘Politie in Beweging’ praktisch handen en voeten te geven.

Informatie en inspiratie

Ben je geïnspireerd geraakt door dit artikel en heb je het gevoel dat jouw organisatie het ook anders moet gaan doen? Vraag de adviseurs van Organisatie-inrichting dan met je mee te denken. Ze zijn bereikbaar via: organisatie-inrichting@rijksoverheid.nl.